
Het model uit 2014 kent vier duidelijke domeinen die samen de basis vormden voor digitale geletterdheid. Denk aan ze als vier pijlers die de hele constructie overeind houden:
-
Ict-basisvaardigheden: Dit ging over de fundamentele technische vaardigheden. Hoe gebruik je een computer, een tekstverwerker, een e-mailprogramma? Het was de ‘basis’ om überhaupt digitaal te kunnen werken.
-
Informatievaardigheden: Dit domein draaide om het verstandig omgaan met informatie. Hoe zoek je informatie online, hoe beoordeel je of een bron betrouwbaar is, en hoe verwerk je deze informatie in je eigen werk?
-
Mediawijsheid: Hier stond het kritisch en bewust omgaan met media centraal. Het ging niet alleen over het consumeren van media, maar ook over de rol van media in de samenleving, de invloed van reclame en de gevaren van online platforms.
-
Computational Thinking: Dit was het abstractste domein. Het ging niet over programmeren, maar over de denkstappen die een programmeur maakt. Hoe los je een complex probleem op door het op te splitsen in kleinere stappen die een computer kan begrijpen? Het was een manier van denken die verder reikt dan de code.
