Hoewel digitale geletterdheid al in 2014 als cruciale 21e-eeuwse vaardigheid werd erkend, bleef de implementatie op veel scholen vrijblijvend en fragmentarisch. Docenten misten de wettelijke kaders en concrete houvast om het onderwerp structureel te verankeren in hun lessen. Dit had directe gevolgen, zoals in 2021-2022 pijnlijk duidelijk werd uit het peilingsonderzoek van de Inspectie van het Onderwijs.
Het onderzoek liet zien dat het niveau van digitale geletterdheid aanzienlijk verschilde tussen leerlingen. Vooral op het gebied van informatievaardigheden en computationeel denken waren er grote verschillen. Het rapport van de Inspectie was een belangrijke waarschuwing: de kloof tussen ‘digitaal geletterden’ en ‘digitaal ongeletterden’ groeide. De aanpak van losse onderdelen werkte niet.
Deze bevindingen leidden tot een beleidsmatige koerswijziging. De overheid, in opdracht van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW), besloot dat digitale geletterdheid een verplicht, wettelijk verankerd onderdeel moest worden van het Nederlandse curriculum. Dit markeerde een verschuiving van vrijwillige inbedding naar een gestructureerde en verplichte aanpak.
